KBA Nijmegen
KBA
KBA
2018

Zicht op vroeg vreemdetalenonderwijs

Monitoringsonderzoek maximaal 15% Engels/Frans/Duits in het basisonderwijs
Tessa Jenniskens, Bianca Leest, Maarten Wolbers, Marian Bruggink, Christel Dood & Evelien Krikhaar

Basisschoolleerlingen ondervinden geen hinder van het leren van Engels vanaf groep 1 in vergelijking met leerlingen die later met Engels starten. Dat blijkt uit onderzoek van KBA Nijmegen en Expertisecentrum Nederlands naar de effecten van vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto).
 
Sinds 1 januari 2016 mogen basisscholen maximaal 15% van de onderwijstijd in het Engels, Frans of Duits geven. Dat komt neer op 3,5 uur per week. Naar schatting bieden 1400 basisscholen kinderen vanaf groep 1 een deel van het onderwijs in een andere taal dan Nederlands aan. Tien jaar geleden waren dat er nog geen 200.
 
Van deze scholen kiest 90% voor Engels, de overige 10% biedt (ook) Duits of Frans aan. De meeste scholen doen dat als apart vak. Maar de vreemde taal wordt ook gebruikt in dagelijkse activiteiten of in vakken zoals muziek, gym, aardrijkskunde en geschiedenis.
 
Taalbeheersing en toegankelijkheid
Rondom de invoer van de wet was er enige bezorgdheid over mogelijk negatieve gevolgen van vvto voor leerlingen. Dit was aanleiding voor het ministerie van OCW om onderzoek te laten doen naar het verband tussen vroeg vreemdetalenonderwijs, meertalig onderwijs en de Nederlandse taalbeheersing van leerlingen. Ook het effect op de toegankelijkheid van het onderwijs werd onderzocht.
 
Het onderzoek ‘Zicht op vroeg vreemdetalenonderwijs’ van KBA Nijmegen en Expertisecentrum Nederlands laat nu zien dat er van een negatief verband tussen vvto en deze twee aspecten geen sprake is.
 
“Uit eerdere onderzoeken wisten we al dat goed taalonderwijs een positieve bijdrage levert aan de ontwikkeling van taalvaardigheid en het internationale bewustzijn van leerlingen”, zegt Myrna Feuerstake, teamleider primair onderwijs bij Nuffic. “Maar het is ontzettend belangrijk dat dit onderzoek aantoont dat het niet ten koste gaat van de andere vaardigheden die leerlingen moeten leren en dat elke leerling ervan kan profiteren”.
 
Hogere scores op taaltoetsen
Uit de analyse van de onderzoekers blijkt dat de beheersing van het Nederlands niet lijdt onder het krijgen van les in een vreemde taal. De onderzoekers vergeleken daarvoor de resultaten van leerlingen uit groep 5, waarvan de ene groep wel en de andere geen vreemde taal kreeg aangeboden.
 
Leerlingen op vvto-scholen behalen zelfs significant hogere scores op vier van de vijf verplichte Nederlandse taaltoetsen dan de landelijke norm, nadat gecorrigeerd is voor verschillen in leerlingpopulaties.
 
Taalvaardigheid en nascholing docenten
Aandacht voor de didactische vaardigheden en taalvaardigheid van leerkrachten blijft wel noodzakelijk. De vvto-standaard beveelt het niveau B2 van het Europees Referentiekader aan. Het onderzoek laat zien dat veel scholen niet goed kunnen aangeven welk niveau de leerkrachten hebben, en dat slechts van een op de vijf groepsleerkrachten bekend is dat ze tenminste aan niveau B2 voldoen.
Ruim 60% van de vvto-scholen geeft echter aan dat de groepsleerkrachten wel specifieke scholing hebben gevolgd, bijvoorbeeld met Classroom English. Dit kan erop wijzen dat het mogelijk beter is gesteld met de taalvaardigheid van de docenten dan de resultaten op het eerste gezicht doen vermoeden.
 
Gelijke kansen
Elke leerling zou internationale ervaring moeten kunnen opdoen. Daarom is ook de toegankelijkheid van vvto-onderwijs onderzocht. Hiervoor is onder andere gekeken naar de ouderbijdrage die scholen vragen. Op vvto-scholen is de ouderbijdrage gemiddeld 6 euro hoger, dan op andere basisscholen, een vrij beperkt verschil. Bovendien zijn er regelingen voor ouders die de bijdrage niet kunnen betalen.
 


Lees deze publicatie


Terug