KBA Nijmegen
KBA
KBA

Arbeidsmarkt en loopbanen


De realisatie van een optimale fit tussen onderwijs en arbeidsmarkt vraagt om informatie over de beschikbaarheid van voldoende en onvoldoende gekwalificeerde arbeidskrachten, over de optimale benutting van talent, over een adequaat aanbod van opleidingsrichtingen en over de gewenste inhoud van het onderwijs. Met andere woorden, er is behoefte aan robuuste informatie over overgang van schoolverlaters uit het beroepsonderwijs naar de arbeidsmarkt en hun verdere gang op de arbeidsmarkt i.c. hun loopbanen. Daarbij concentreert de informatiebehoefte zich doorgaans op een drietal vragen:

  1. In hoeverre vinden gediplomeerde schoolverlaters een baan en wat is de aard van het werk in die baan, in hoeverre is er sprake van een aansluitende functie?

  2. In hoeverre veranderen eerste banen i.c. intredefuncties van gediplomeerde schoolverlaters van mbo en hbo in de loop van de tijd van karakter?

  3. Hoe ontwikkelen loopbanen van gediplomeerde schoolverlaters zich, en wat is de relatie met hun intredefunctie?

Wat de onderwijskant betreft zijn gegevens over genoemde vraagstellingen niet alleen van belang voor initiële, maar evenzeer voor postinitiële opleidingen. Wat dat laatste betreft wordt expliciet gewezen op de mogelijkheden die het beroepsonderwijs heeft om adequaat in te spelen op scholingsbehoeften van hun ex-studenten gedurende hun loopbaan, bijvoorbeeld via gerichte vormen van contractonderwijs.
Wat het bedrijfsleven betreft zijn robuuste empirische gegevens vooral van belang om van daaruit gerichte signalen af te kunnen geven naar opleidingen ten behoeve van initiële opleidingen maar ook over hun behoefte aan postinitiële opleidingstrajecten.
 
Loopbaanvraagstukken
Loopbaanontwikkeling staat volop in de schijnwerpers van wetenschap en beleid. Het aantal publicaties hierover is de afgelopen jaren sterk gegroeid en het thema is inmiddels een vaste rubriek geworden in CAO-afspraken. De toegenomen belangstelling voor loopbaanontwikkeling wordt vaak in verband gebracht met de overgang van de industriële naar een kennissamenleving en met het (veronderstelde) einde van de ‘baan voor het leven’. Werknemers worden steeds meer geacht om zelf sturing te geven aan de eigen loopbaan. Werkgevers van hun kant moeten investeren in de ontplooiing van werknemers, niet alleen om het personeel wendbaar te maken of houden, maar – zeker in tijden van krapte op de arbeidsmarkt – ook om het personeel te binden.  

Tegen deze achtergrond hebben zowel werkgevers als werknemers belang bij het vergroten van de ontplooiings- en loopbaanmogelijkheden. Maar het is zeker niet vanzelfsprekend dat deze belangen goed op elkaar zijn afgestemd. De praktijk is gedifferentieerd en weerbarstig. Organisaties kunnen lang niet altijd tegemoet komen aan de loopbaanwensen van werknemers, bijvoorbeeld omdat er te weinig passende functies beschikbaar zijn. Andersom komt het voor dat er nauwelijks respons van medewerkers is op interne vacatures. En dat werknemers (of sommige personeelscategorieën) soms minder of juist meer mobiel en flexibel zijn dan de organisatie lief is.  

De projecten die KBA Nijmegen op dit gebied uitvoert zijn vooral gericht op het leveren van beleidsinformatie, die nodig is om loopbaanmogelijkheden te vergroten en een betere afstemming tussen loopbaanwensen en loopbaanmogelijkheden te realiseren. Het kan daarbij onder meer gaan om:

  • het in kaart brengen van loopbaanwensen en loopbaanmogelijkheden;

  • het traceren van loopbaanpaden, binnen en buiten de organisatie of branche;

  • het opsporen van obstakels die het bewandelen van loopbaanpaden in de weg staan (bijvoorbeeld belemmeringen op het gebied van arbeidsvoorwaarden, organisatiecultuur en –beleid, opleidingseisen etc.) en het zoeken naar oplossingen daarvoor.

Loopbanen mbo groen gediplomeerden
Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) is enige jaren geleden gestart met een meerjarig onderzoeksprogramma dat voorziet in de behoefte aan systematische informatie omtrent de overgang van gediplomeerde schoolverlaters uit het groene onderwijs (vooralsnog primair gericht op mbo) naar de arbeidsmarkt en hun verdere gang op de arbeidsmarkt i.c. hun loopbanen. KBA Nijmegen, het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) te Maastricht en het Kenniscentrum bedrijfsleven beroepsonderwijs voor natuur, voedsel en leefomgeving (Aequor) te Ede geven in onderlinge afstemming invulling aan dit onderzoeksprogramma.
 
KBA Nijmegen volgt gediplomeerden van het groene mbo en verzamelt informatie over hun loopbaan op de arbeidsmarkt en in vervolgonderwijs. Op diverse momenten worden mbo groen gediplomeerden bevraagd over hun actuele loopbaansituatie: circa 1,5 jaar, 3,5 jaar, 5 à 6 jaar en 9 à 10 jaar na diplomering. Na elke meting wordt de verkregen informatie geanalyseerd en gerapporteerd.
Op www.mbogroengediplomeerden.nl vindt u de rapportages en meer informatie over het loopbaanonderzoek.

Contactpersonen:

< Terug