KBA Nijmegen
KBA
KBA

Monitor hybride onderwijs geeft zicht op onderwijs op afstand


Door de tijdelijke sluiting van de scholen in verband met de coronacrisis, in het voorjaar van 2020, schakelden veel scholen snel over op ‘hybride onderwijs’. Via een mix van online en offline hulpmiddelen en passende didactiek werd het onderwijs zo georganiseerd dat het plaatsonafhankelijk gegeven kon worden. KBA Nijmegen voert in opdracht van de PO-Raad en Kennisnet de Monitor hybride onderwijs uit in het primair en voortgezet onderwijs. Met behulp van deze monitor wordt in kaart gebracht hoe het onderwijs vorm kreeg in die periode, hoe betrokkenen dat hebben ervaren en welke opbrengsten zij zien. Scholen en besturen die aan de monitor deelnemen, ontvangen een terugkoppeling over hun eigen resultaten.
 
Het onderzoeksrapport met de eerste resultaten voor het primair onderwijs is nu beschikbaar. Dit is gebaseerd op vragenlijsten die zijn ingevuld door 107 schoolleiders en ict-coördinatoren, 639 leraren, 2816 ouders en 1809 leerlingen.
 
Veel ouders geven aan dat de school elke schooldag een gestructureerd lesprogramma verzorgde voor hun kind. Volgens leraren lag de nadruk voor leerlingen daarbij op oefenen, waarbij vaak gebruik werd gemaakt van oefensoftware. Leraren gaven online instructie en hadden telefonisch of online contact met leerlingen om individueel extra uitleg of hulp te geven. Veel leraren hadden ook regelmatig contact met ouders. De meeste ouders hielpen door het geven van uitleg  aan hun kind, het volgen van de vorderingen en het controleren of hun kind het schoolwerk af had. De helft van de ouders vindt dat het thuisonderwijs hen als ouder te veel tijd kostte. Bijna twee derde van de ouders is positief over de ondersteuning die de school bood bij het schoolwerk thuis.
 
Volgens de helft van de leraren is niet getoetst of bij hun leerlingen achterstanden in de cognitieve ontwikkeling zijn ontstaan in de periode waarin zij niet naar school konden. Waar dit wel is getoetst, melden leraren meestal dat er geen achterstand is ontstaan, of dat deze beperkt is gebleven tot maximaal tien procent van de leerlingen. Schoolleiders zien vooral negatieve invloeden van het onderwijs op afstand op het welbevinden van de leerlingen en niet zozeer op hun leerprestaties. Ruim de helft van de ouders heeft er vertrouwen in dat hun kind met thuisonderwijs genoeg geleerd heeft. Bijna een vijfde heeft daar geen vertrouwen in. De belangrijkste opbrengst voor leerlingen is volgens leraren dat zij hierdoor zelfstandiger zijn geworden. Een deel van de leerlingen vindt dat zij thuis beter zelfstandig kunnen werken dan op school, maar de meeste leerlingen vinden niet dat zij thuis meer leerden dan op school.
 
Veel leraren zijn niet erg positief over het onderwijs op afstand. Zij vinden dat zij in een reguliere onderwijssituatie beter zicht hebben op de vorderingen van hun leerlingen en efficiënter werken. De belangrijkste opbrengst die leraren voor zichzelf zien, is dat zij vaardiger zijn geworden in het werken met ICT. Schoolleiders en ICT-coördinatoren verwachten dat er in de toekomst meer gebruik zal worden gemaakt van ICT om vorderingen van leerlingen te volgen.
 
Meer informatie:
dr. Ed Smeets

Lees publicatie