KBA Nijmegen
KBA
KBA
2020

Beleid en ontwikkelingen bij ernstige enkelvoudige dyslexie

Onderzoek bij gemeenten en samenwerkingsverbanden primair onderwijs
Ed Smeets

De zorg die door gespecialiseerde aanbieders wordt geboden bij ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) maakt deel uit van de jeugdhulp waarvoor de gemeenten sinds 2015 verantwoor­delijk zijn. KBA Nijmegen deed onderzoek naar de dyslexiezorgketen, het beleid van gemeenten en onderwijs op dit gebied en aantallen kinderen in de leeftijd van 7 tot en met 12 jaar met EED. Het onderzoek is uitgevoerd bij gemeenten en bij samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Daarnaast zijn gegevens van de Nationale databank dyslexie (NDD) geanalyseerd.
 
De meeste gemeenten kopen gezamenlijk dyslexiezorg in. In de helft van de gevallen is er bovendien samenwerking van de gemeente met het primair onderwijs, gericht op beter leesonderwijs en/of het verminderen van dyslexie. Als zo’n samenwerking er is, worden er significant minder leerlingen naar aanbieders van EED-zorg verwezen dan als er geen samenwerking is.
 
Volgens de helft van de deelnemers aan het onderzoek vanuit een gemeente en volgens ruim twee derde bij de samenwerkingsverbanden passend onderwijs verloopt de toegang tot EED-zorg via een poortwachter. Een van de taken van de poortwachter is het beoordelen van dossiers, voordat kinderen voor diagnostiek worden doorverwezen naar een aanbieder van EED-zorg. Sommige poortwachters mogen scholen erop aanspreken als zij veel kinderen verwijzen en zij mogen in gesprek gaan over de kwaliteit van het onderwijs in lezen en spellen. Als de toegang tot de externe zorgaanbieders via een poortwachter verloopt, worden er significant minder leerlingen naar de diagnostiek verwezen dan als er een directe toegang is.
 
In bijna alle gemeenten en in de meeste samenwerkingsverbanden wordt de omvang van de verwijzing naar EED-zorg gemonitord. Er is echter in bijna de helft van de samenwerkings­ver­ban­den geen zicht op het aantal leerlingen per school met EED-zorg en de meeste gemeenten kunnen geen exacte cijfers leveren over de omvang van de verwijzing naar diagnostiek en over het aantal leerlingen met EED-zorg. Ook de data in de Nationale databank dyslexie geven onvoldoende zicht op de feitelijke aantallen en de vraag of deze toenemen.


Lees deze publicatie


Terug