Beter zicht op verzuim – Eindrapportage

KBA Nijmegen heeft in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek gedaan dat was gericht op het verkrijgen van ‘Beter zicht op verzuim’. Het onderzoek had tot doel om te achterhalen hoe groot de groep thuiszittende kinderen en jongeren daadwerkelijk is, wat de oorzaken hiervan zijn (uitgesplitst naar categorieën per verzuimtype), welke categorieën thuiszittende kinderen/jongeren met de huidige definitie niet in beeld zijn en wat een betere definitie is. Op basis daarvan is een voorstel gedaan voor een betere definitie (afbakening) van de groep kinderen en jongeren die niet het volledig (afgesproken) onderwijsprogramma (kunnen) volgen.

De uitkomsten zijn gebaseerd op: 1) deskresearch, 2) interviews, 3) vragenlijstonderzoek bij scholen voor po/vo/go/mbo, bij afdelingen Leerplicht van gemeenten en bij samenwerkingsverbanden po en vo, 4) reflectie-/validatiebijeenkomst.

Enkele belangrijke uitkomsten van het onderzoek:

  • De term ‘thuiszitter’ wordt in de praktijk als belastend ervaren, omdat het een stigmatiserende term is, die impliceert dat een kind of jongere reactief ‘thuis zit’ en bovendien de verantwoordelijkheid bij de leerling in plaats van bij het onderwijs en (keten)partners legt. Daarnaast is de term onvoldoende eenduidig en duidelijk. Een beter passende en dekkende term is echter niet makkelijk gevonden. Diverse voorgelegde alternatieven krijgen geen brede steun. In de rapportage van het onderzoek is ervoor gekozen om in plaats van ‘thuiszitters’ te spreken over kinderen en jongeren die niet het volledig (afgesproken) onderwijsprogramma (kunnen) volgen.
  • In het onderzoek zijn verschillende subgroepen (categorieën) leer- of kwalificatieplichtige kinderen onderscheiden; het gaat om meer groepen dan nu onder de definitie van thuiszitten vallen, om een breder perspectief te krijgen op alle leerlingen die niet (volledig) onderwijs volgen. Bij scholen en gemeenten zijn cijfers opgevraagd over de omvang van de onderscheiden groepen. We rapporteren niet over een totaal aantal kinderen en jongeren die niet het volledig (afgesproken) onderwijsprogramma (kunnen) volgen, omdat een totaalcijfer geen recht doet aan de diversiteit van de verschillende subgroepen (onderliggende ‘categorieën’).
    Wel is duidelijk dat met name het geschatte aantal kinderen dat met een schoolinschrijving langdurig niet aanwezig is, fors hoger is dan uit de nu bestaande landelijke (leerplicht)telling blijkt. Zowel onvolledige registratie als het in samenhang bekijken van ongeoorloofde en geoorloofde afwezigheid leidt hiertoe.
  • Oorzaken, of risicofactoren, van thuiszitten zijn: (1) individuele (kindgebonden) factoren, waaronder psychische problematiek en ziekte, (2) factoren in de directe omgeving van het kind, waaronder thuissituatie en rol ouders, (3) factoren in het (school)systeem, waaronder schoolklimaat, gebrek aan flexibiliteit, maatwerk en differentiatie, en (4) externe factoren, waaronder wachtlijsten (v)so en jeugdzorg. In de praktijk spelen vaak meerdere oorzaken een rol en is er sprake van een wisselwerking tussen de genoemde factoren. Bovendien is de beoordeling van de oorzaak van het thuiszitten (sterk) afhankelijk van de partij aan wie dit wordt gevraagd.
  • De huidige definitie van thuiszitters geeft geen volledig en foutloos beeld van het werkelijke aantal kinderen dat langdurig afwezig is van school. Aanpassing van de definitie (= afbakening) wordt wenselijk én noodzakelijk geacht. De complexiteit van het onderwerp en verschillende belangen maken het moeilijk om tot een nieuwe, breed gedragen definitie van ‘thuiszitters’ te komen; er is geen eenduidigheid over welke subgroepen moeten worden meegeteld. Gelijktijdig is er wél overeenstemming dat alle kinderen en jongeren die langdurig/veelvuldig afwezig zijn of helemaal niet aan onderwijs deelnemen, in beeld moeten zijn (om passende acties in te kunnen zetten). Daarom is gekozen om de omschrijving kinderen en jongeren die niet het volledig (afgesproken) onderwijsprogramma (kunnen) volgen als paraplu te laten dienen. Onder deze paraplu vallen absoluut verzuim, vrijstellingen van de inschrijfplicht 5 onder a en 5 onder b en kinderen/jongeren die wel bij een school staan ingeschreven, maar (langdurig/veelvuldig) niet het volledig (afgesproken) onderwijsprogramma volgen. Voor deze laatste groep zou – op termijn – het onderscheid tussen geoorloofde en ongeoorloofde afwezigheid en de ‘verplichte’ aaneengeslotenheid van afwezigheid moeten worden losgelaten als voorwaarde om iemand mee te tellen. Dat betekent dat niet meer moet worden gekeken naar langdurig relatief verzuim (zoals nu in de definitie van thuiszitten), maar naar structurele afwezigheid van >50%. Overigens is het op leerlingniveau relevant om ook lagere afwezigheidspercentages en patronen goed in beeld te hebben, om tijdig actie in te kunnen zetten en langdurig verzuim te voorkomen.
  • Een kanttekening bij het paraplubegrip is dat het een omschrijving is en geen handzame term. Om tegemoet te komen aan de behoefte aan een korte, bruikbare term zou nagedacht kunnen worden over een term als onderwijsmissers. Hoewel deze term niet direct (1-op-1) uit het onderzoek naar voren komt, sluit deze terminologie wel aan bij het perspectief op en de beweging naar schoolaanwezigheid en recht op onderwijs. Onderwijsmissers verwijst hierbij zowel naar dat het kind onderwijs mist als naar dat het onderwijs het kind mist (‘je wordt gemist’).
  • De voorgestelde, meer integrale, manier van kijken naar afwezigheid sluit nog niet aan bij de (huidige) wijze van registreren en melden. Op de korte termijn wordt daarom voorgesteld om:
    – Voor absoluut verzuim, gezien de administratieve vervuiling, een aanpassing te doen in de definitie, namelijk door een minimum aantal (bv. vier) weken op te nemen in de definitie.
    – Naast de huidige groepen kinderen in de definitie van thuiszitten (absoluut verzuim – met de voorgestelde aanpassing vanaf 4 weken – en langdurig relatief verzuim), ook vrijstellingen 5 onder a en 5 onder b en langdurige geoorloofde afwezigheid in beeld te brengen. Geaggregeerde gegevens over langdurig geoorloofd verzuim komen beschikbaar als het Wetsvoorstel Terugdringen verzuim wordt aangenomen.

 

Download de rapportage hieronder

 

Auteurs: drs. Mariska Roelofs, Rita Kennis MSc, Graciël Kersten MSc, drs. Hedwig Vermeulen, Kelly Beurskens MSc

Lees ook

kwetsbare-doelgroepen-en-passend-onderwijs

Bevorderende en belemmerende factoren bij het nemen van regie bij passend onderwijs

drs. Bianca Leest

Geplaatst op 19 september 2024 Lees publicatie
kwetsbare-doelgroepen-en-passend-onderwijs

Monitor passend onderwijs in het mbo

Rita Kennis MSc

Geplaatst op 12 december 2023 Lees publicatie

Op de hoogte blijven?

Inschrijven nieuwsbrief